Voor de kleine Mawda is het helaas te laat, maar wat deed België voor de jonge Shakir en zijn twee vrienden?

Shakir is een jongen van 14 jaar die alleen overleeft in Duinkerke. Hij zat net zoals de kleine Mawda in de bestelwagen tijdens de halucinante achtervolging. Als we hem voor het eerst ontmoeten in het vluchtelingenkamp in Duinkerke ligt het dramatich ongeval net achter hem. Shakir zoekt ons op tijdens de voedselbedeling. Zijn ogen zijn dof, hij is verzonken in gedachten en onrustig. Twee van onze medewerkers ontfermen zich over hem. Praten verloopt moeizaam. De dood van Mawda grijpt hem erg aan, net zoals bij iedereen hier. Hij praat sindsdien niet meer zeggen ze. Alleen nog het hoogst nodige om te overleven. Over wat er hem die nacht is overkomen zwijgt hij tegen iedereen. Hij is duidelijk getraumatiseerd.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat deze minderjarige jongen twee dagen na het ongeval terug in de ‘jungle’ van Duinkerke zit?  Was zijn leefsituatie niet ernstig genoeg om hem meteen te omkaderen met gespecialiseerde zorg en hem toe te leiden naar betere bescherming waar hij recht op heeft als minderjarige vluchteling?  En wat weten we eigenlijk over de andere inzittenden van de bestelwagen? Was hij de enige niet-begeleide minderjarige ? Ik wilde het weten en keerde terug naar Duinkerke om Shakir te vinden. 

Drie niet-begeleide minderjarigen in de bestelwagen
Shakir verschuilt zich in het stuikgewas waar goed verstopt twee grote blauwe tenten staan. Tientallen Afghaanse mannen overleven hier samen. Als ik hem opnieuw bezoek met een Afghaanse tolk is hij rustiger dan net na het ongeval en wil hij met ons praten. Shakir was niet de enige minderjarige in de bestelwagen, zegt hij.  Ze waren met drie. Het zou gaan om twee Afghaanse en een Koerdische jongen, waarvan hij en een andere jongen 14 jaar zijn. Hij vertelt wat we al weten, over de achtervolging, de ouders die hun kind laten zien aan de collonne politiewagens om hun kwetsbaarheid te tonen, inzittenden die schreeuwen tegen de chauffeur dat hij moet stoppen, tot uiteindelijk het shot waarbij enorme paniek uitbreekt in de wagen. Shakir is heel bang geweest, zegt hij.

Hij werd nadien samen met de andere inzittenden vervoerd naar het politiekantoor van Mons. Ze zouden allemaal van woensdagnacht tot vrijdag in de cel blijven. Hij begrijpt nog steeds niet goed wat er toen gebeurde, maar werkte wel mee met de politie zegt hij. Zijn vingerafdrukken werden genomen en  vertelde de politie dat hij 14 jaar was. Ik vraag hem of hij uitleg kreeg over zijn rechten als niet-begeleide minderjarige en of hij weet heeft van het speciaal statuur voor slachtoffers van mensenhandel en mensensmokkel in ons land. Hij trekt zijn lip en schudt ontkennend zijn hoofd. Hij begreep er weinig van zegt hij want zonder Afghaanse tolk is dat moeilijk en die was niet voorhanden. Ik vraag of er iemand van de politie speciaal voor de minderjarigen heeft gezorgd. Hij trekt zijn schouders op.

Als hij na twee dagen politiecel op vrijdag wordt vrijgelaten staat hij terug zonder papieren op straat. Hij en enkele anderen hangen nog wat rond op het dorpsplein van Mons en zoeken uit hoe ze kunnen terugkeren naar het kamp in Duinkerke. Ze nemen de trein. Geld om een ticket te betalen hebben ze niet. Sindsdien leeft Shakir weer in het kamp in Duinkerke, een plek waar geen voorzienningen zijn, waar ze opgejaagd worden door de politie, waar hij elke nacht een smokkelaar opzoekt om zijn leven te riskeren voor een overtocht naar het Verenigd Koningkrijk en waar enkel vrijwilligers en andere kwetsbare vluchtelingen bekommerd zijn om zijn lot.

Faalt de regelgeving opnieuw op de meest cruciale momenten?
Jongeren zoals Shakir ontmoeten wij elke keer als we naar Duinkerke gaan.  Ze verdwijnen heel gemakkelijk van de radar. Ze zijn moeilijk traceerbaar en hun lot ligt vrijwel uitsluitend in de handen van smokkelaars. De kans dat ze uitgebuit en (seksueel) misbruikt worden is bijna zeker. Het is nochtans simpel: op basis van het Internationaal verdrag voor de Mensenrechten hebben deze kinderen recht op onmiddelllijke opvang,  bescherming en rechtsbijstand, maar ook op eerste medische zorg en psychologische hulp. De Dienst Vreemdelingenzaken en de Dienst Voogdij moeten direct verwittigd worden om de minderjarige te signaleren en te identificeren. Na al onze ontmoetingen in de vluchtelingenkampen durf ik te zeggen dat het geen toevalligheden meer zijn. Wij moeten telkens weer met lede ogen vaststellen dat de regelgeving die er is niet of onvoldoende wordt toegepast.

De praktijk is inderdaad ontmoedigend. Ook al krijgen minderjarigen informatie over hun rechten, dan nog zijn ze moeilijk te overtuigen om bescherming aan te vragen. Ze blijven dromen van het Verenigd Koninkrijk of hebben schrik  van represailles door de smokkelaar waardoor ze niet met autoriteiten durven praten.

Maar als je dat weet, dan is het nog choquerender om vast te stellen dat dit aanbod opnieuw faalt op momenten dat ze het meest cruciaal zijn.  Voor alle inzittenden in de auto was de ervaring traumatisch, en al zeker voor een kind van 14. Volgens Shakir kreeg hij de wettelijke procedure niet op een viendelijke en menselijke manier uitgelegd, en al zeker niet in de taal die hij begrijpt. Waarom zou hij daarover tegen ons liegen als dat wel zo was? Hoe hebben agenten gehandeld in Mons? Hoe reageren politiediensten uberhaubt als ze een niet-begeleide minderjarige aantreffen na een interceptie met een smokkelaar? Het is tijd dat daarover eens een grondig debat gevoerd wordt.  Elke lidstaat heeft de plicht om deze kwetsbare jongeren blijvend in het spoor te houden, ook als ze niet meteen in de beschermingsformule durven stappen.

Staatssecretaris kan beloften niet in realiteit omzetten
Weet je,  Shakir en de twee vermoedelijk andere minderjarige jongeren zijn heus niet de enige. Maar liefst 30 procent van de mensen die bescherming zoekt in Europa zijn kinderen, de meeste daarvan zijn jonger dan 14 jaar. Politici vernoemen deze groep amper en ook nu weer zwijgt onze  staatssecretaris voor Asiel en Migratie in alle talen. Zijn kabinet hééft de lijst met inzittenden en wie pretendeert een kordaat maar rechtvaardig beleid te voeren, moet recht in zijn schoenen staan om dit uit te leggen. We kunnen er niet omheen: alle transparantie over hoe de inzittenden zijn behandeld net na het ongeval ontbreekt volledig.

In Europa zijn maar liefst 10.000 niet-begeleide kinderen in de vluchtelingenstroom in Europa vermist. Bij de recente lancering van het boek ‘Waar zijn ze’ van Europarlemenstlid Hilde Vautmans, zei Staatssecretaris Theo Francken:  ‘Eén van onze uitdagingen vandaag is om deze kinderen zoveel mogelijk te beschermen zowel op lokaal, nationaal als op Europees niveau.’ Voor Shakir en zijn vrienden klinken die woorden als de grootste onzin. Deze jongeren lieten in hun thuisland alles achter, zijn al maanden alleen op de vlucht en worden door ons land na een gruwelijk incident met smokkelaars bruutweg opnieuw uitgespuugd. Hoe leg je zoiets uit aan een jongen van 14? En hoe zouden de autoriteiten reageren als Shakir een Vlaamse jongen van 14 was?

Behandeld als crimineel?
Het gebrek aan duidelijke informatie wakkert speculaties aan dat Shakir en zijn twee companen uitsluitend behandeld werd als een crimineel.  Hij gaf zijn vingerafdrukken voor het onderzoek naar de bestuurder. Maar alles lijkt erop dat die identificatie niet bedoeld was om zijn bescherming te verbeteren.  De enige zorg die hij nu krijgt is opnieuw die van vrijwilligers in Duinkerke, maar zeg nu zelf: hoe kunnen wij die jongen beschermen, als zelfs het recht niet zijn gelijk wil halen en alleen de criminele netwerken geïnteresseerd overblijven om hem in te lijven?

Ps. De naam Shakir is een schuilnaam

Sofie D’Hulster
Voorzitter vzw Humain

Gepubliceerd op 29 mei 2018 door Sofie D'Hulster 

 

Deel dit bericht via sociale media