Image Map

RAPPORT - Een jaar in de wachtkamer van Duinkerke - CAMP DE LA LINIERE

Een jaar na de oprichting van het eerste erkende vluchtelingenkamp in Frankrijk, Camp La Linière in Grande-Synthe, stelde vzw Humain vast dat de levensomstandigheden van de mensen in dit kamp amper verbeterd waren sinds het ‘professioneel’ beheerd werd (zie hoofdstuk 5.2.). Voornamelijk inzake veiligheid, toegankelijkheid, gezondheidszorg en informatievoorziening was de toestand in het kamp uiterst zorgwekkend. Het vluchtelingenkamp in Duinkerke was een aanfluiting op het internationaal humanitair recht voor vluchtelingen. Frankrijk verzaakte maanden in het verschaffen van zorg en in het voorzien van correcte informatie voor gestrande mensen in Nord-Pas de Calais. Er was een nijpend tekort aan voeding, slaapplaatsen, elektriciteit en warm water. Het gebrek aan elementaire basisbehoeften in het kamp van Duinkerke bleef ons dag na dag verbazen. Dekens, tandenborstels, kinderkleren… het werd allemaal voorzien door vrijwilligers, niet of nauwelijks gestuurd door de overheid.

 

Eind maart 2017 verbleven er ongeveer 1.500 mensen in het kamp terwijl er slechts plaats was voor 600 tot 800 personen. Onder hen waren heel wat vrouwen, kinderen en niet-begeleide minderjarigen. Er was een groot  tekort aan veilige slaapplaatsen. Kwetsbare families verbleven in kleine, houten, uit de kluiten gewassen hondenhokken. Anderen, vooral volwassen mannen, sliepen in gemeenschappelijke ruimtes op houten voorzieningen, zonder matrassen of aangepast sanitair, in open ruimtes die niet konden afgesloten worden voor de kou. Onder hen ook veel niet-begeleide minderjarigen. Het aantal CO-vergiftigingen nam begin 2017 alarmerend toe. Door de kou zaten mensen opeengepakt in hun gammele verblijfplaats rond een kleine petroleumkachel. Koolstofmonoxide-vergiftiging werd een groot probleem. Na verloop van tijd voerde een security team regelmatige controles uit, waarbij elke keer opnieuw mensen aangetroffen werden die bevangen waren. ‘s Nachts gebeurde deze controle niet.

 

Op basis van onze observaties en via de vele getuigenissen van niet-begeleide minderjarigen, mannen, vrouwen en kinderen stelden we verschillende inbreuken vast tegen het verdrag inzake de Rechten van het Kind en de Rechten Van de Mens. Dit verdrag werd nochtans ook door Frankrijk bekrachtigd en geratificeerd. Echter waren de beschermingsmaatregelen in Camp La Linière niet aangepast aan de precaire levensomstandigheden van deze kwetsbare groepen. Talloze verhalen en getuigenissen van vluchtelingen, vrijwilligers en medewerkers bewijzen bovendien een lucratieve handel in basisvoorzieningen door mensensmokkelaars. Die handel ging van de toegang tot huisvesting tot toegang tot elementaire voorzieningen zoals water en voeding. Veel bewoners waren het slachtoffer van misdrijven (illegale handel in goederen, smokkel in mensen, diefstal, intimidatie en geweld, afpersing, prostitutie…). Dit alles gebeurde onder het oog van de Franse Overheid, die aangaf wel weet te hebben van de problematiek,  maar klaarblijkelijk weinig actie ondernam.

 

Op wekelijkse basis voorzag vzw Humain activiteiten in het kamp. We kookten samen met de verblijvers, voor de vrouwen organiseerden we workshops en voor de kinderen crea-activiteiten. Een ploeg van telkens zo’n twintig mensen probeerde het leven in het vluchtelingenkamp wat draaglijker te maken. Op een laagdrempelige manier bouwden we een vertrouwensband op en zo verkregen we veel informatie en vingen we talloze signalen op. Op basis hiervan schreven we meerdere publicaties en rapporteerden we aan partners, diensten en bevoegde instanties om zo de schrijnende situatie en levensomstandigheden aan te kaarten.

Je kan het volledige rapport HIER downloaden.

 
Deel dit bericht via sociale media